Veelgestelde vragen

Hieronder vindt u antwoord op veelgestelde vragen. Staat uw vraag er niet tussen? Mail dan naar info@windparkbijvanck.nl

Over Windpark Bijvanck

Hoe zit het met geluid?

Veruit het meeste geluid van een windmolen wordt veroorzaakt door de luchtstroming om de draaiende wieken. Het windmolengeluid is niet constant en hangt af van de windsnelheid. De afgelopen jaren is veel geïnvesteerd in de ontwikkeling van stillere windmolens en deze ontwikkelingen gaan nog steeds door. Om geluidshinder voor omwonenden zo beperkt mogelijk te houden, zijn er wettelijke normen opgesteld voor windmolens:

  1. De eerste norm voor het geluid van windmolens is Lden 47 dB (decibel). Dit is de hoeveelheid geluid die gemiddeld over een jaar buiten op de gevel van geluidsgevoelige objecten zoals woningen van derden, scholen en zorgcentra mag ontstaan. Dit mag gemiddeld over een jaar niet meer dan 47 dB zijn. In het getal Lden zijn voor de avond en nacht extra toeslagen verwerkt, waardoor het werkelijke gemiddelde geluidniveau ongeveer 6 dB lager is dan Lden 47 dB. Lden staat voor day, evening, night.

     

  2. De tweede norm is Lnight 41 dB. Deze norm is specifiek voor de nacht. Dit werkt hetzelfde als de norm van Lden 47 dB, maar het verschil is dat het geluid ’s nachts buiten op de gevel dan gemiddeld over een jaar niet meer dan 41 dB mag zijn.

Een grotere windmolen mag niet meer geluid op de gevel van een woning van derden veroorzaken dan een kleinere windmolen. Ook het aantal windmolens maakt niet uit: de maximale hoeveelheid geluid die op de gevel van een woning van derden mag worden veroorzaakt, blijft ook bij meerdere windmolens maximaal Lden 47 dB.

 

Hinder van geluid van windmolens?

Als het geluid op de gevel minder is dan volgens de regels maximaal mag, betekent het niet dat er kan worden gegarandeerd dat de windmolens nooit te horen zijn. Wel blijkt uit de praktijk dat de overgrote meerderheid van omwonenden met deze normen geen hinder ondervindt.

 

Uit onderzoek (dosiseffect-relaties) dat is gedaan naar het geluid van windmolens blijkt dat gemiddeld 8 procent van omwonenden binnenshuis hinder ervaart als het geluid op de gevel van de woning gelijk is aan de wettelijke norm (Lden 47 dB). Dit zijn bewoners van huizen waarbij de windmolen zoveel geluid maakt als wettelijk maximaal is toegestaan. Veel huizen staan verder weg van een windmolen waardoor de windmolen minder goed te horen is. Het aantal mensen dat hinder ervaart van het geluid wordt daardoor ook minder (volgens de dosiseffect-relatie). Als het geluid van windmolens op de gevel van huizen bijvoorbeeld Lden 45 dB is in plaats van Lden 47 dB, ervaart gemiddeld 5 procent van de omwonenden hiervan binnenshuis hinder.

 

Of mensen last hebben van het geluid, is vaak een persoonlijke ervaring. Wie principieel tegen windmolens is, zal eerder de windmolens horen en zich daaraan ergeren. Die ervaart dus overlast. Maar wie wel vóór windmolens is of bijvoorbeeld via een coöperatie mede-eigenaar is, hoort de windmolens vaker niet of nauwelijks en ervaart ze niet als overlast, zo blijkt uit onderzoek. In een recente publicatie (29 oktober 2020) van het RIVM wordt dat bevestigd. 

 

Geluid Windpark Bijvanck

Hieronder ziet u een plattegrond die aangeeft waar de grens van Lden 47 dB ligt rondom Windpark Bijvanck. Er is hiervoor gerekend met de Vestas V117, het type windmolen dat is gebouwd bij Windpark Bijvanck. De juiste contour op de kaart is de groene lijn. Dat is de meest precieze berekening, op basis van windgegevens die zijn opgehaald uit een langdurige windmeting op de plek van het windpark (tekst loopt door onder de plattegrond)

 

 

Werkelijke gemiddelde geluidbelasting is lager dan 47 decibel

Een vraag die met name vanwege het woord ‘gemiddeld’ bij bijvoorbeeld omwonenden van (beoogde) windmolens ontstaat, is of de geluidsnorm van jaargemiddeld Lden 47 decibel betekent dat het geluid van een windmolen bij een woning ook boven 47 decibel kan komen als het op andere momenten dan onder de 47 decibel is. Dat is niet zo. 


De Lden is een theoretisch getal dat door de straffactoren hoger ligt dan de werkelijke gemiddelde geluidbelasting. Daardoor is het maximale geluid dat op de gevel van een woning kan ontstaan lager dan 47 decibel. Een belangrijke toevoeging hierbij is dat hierbij wordt uitgegaan van woningen waarbij op de gevel de maximale toegestane geluidsbelasting ontstaat. Het overgrote deel van de woningen zal buiten deze maximale grens liggen. Daarnaast is een windmolen continu in bedrijf. Daar waar het wellicht in theorie mogelijk is om aan het gemiddelde te voldoen met een kortstondige hoge piekbelasting en een lange tijd heel weinig geluid, zal dat in de praktijk door de aard van een windmolen niet gebeuren.

 

Waarmee kan ik het geluid van een windmolen vergelijken?

Deze illustratie vergelijkt het geluid van een windmolen met andere geluidsbronnen (tekst loopt door onder de afbeelding):

 

Laagfrequent geluid

In de geluidsnormen wordt ook rekening gehouden met laagfrequent geluid. Als wordt voldaan aan de norm, biedt dat voldoende bescherming tegen dit type geluid. Bovendien produceren windmolens slechts in beperkte mate laagfrequent geluid. Een snelweg bijvoorbeeld produceert aanzienlijk meer laagfrequent geluid.

 

In een recente publicatie (29 oktober 2020) van het RIVM wordt dat bevestigd. Laagfrequent geluid van windmolens speelt geen bijzondere rol en leidt niet aantoonbaar tot nadelige gezondheidseffecten. Het enige bekende effect van windmolens is dat het geluid hinder kan geven, maar daarom zijn er geluidsnormen die deze hinder zoveel mogelijk beperken. Of iemand hinder ervaart van het geluid van windmolens, is bovendien niet alleen afhankelijk van het aantal decibellen, maar ook van hoe goed bijvoorbeeld omwonenden zich betrokken voelen bij de plaatsing van windmolens.

 

Er wordt ook gesproken over een norm die in Denemarken geldt voor laagfrequent geluid. De Nederlandse norm voor geluid en deze Deense norm komen in de praktijk nagenoeg overeen. Dat blijkt ook uit onderzoek dat is gedaan bij twee nieuwe windparken in Nederland met grote, moderne windmolens. Door te voldoen aan de Nederlandse geluidsnorm wordt hier ook voldaan aan de Deense norm voor laagfrequent geluid.

 

Lees meer hierover en over de geluidsnorm bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en in dit artikel. In dit artikel wordt meer toegelicht over het geluid van windmolens en gezondheid van bijvoorbeeld omwonenden.

Hoe zit het met slagschaduw?

Regelgeving: 6 uur slagschaduw per jaar
Met slagschaduw wordt de schaduw bedoeld die ontstaat als de zon tegen de wieken van de windmolen schijnt. Doordat de wieken bewegen, beweegt deze schaduw ook. Als deze bewegende schaduw over bijvoorbeeld ramen van woningen gaat, kunnen omwonenden dat als hinderlijk ervaren.

 

In de wet zijn voorschriften opgenomen om hinder door slagschaduw te beperken. Dat betekent dat de gevel van zogeheten gevoelige objecten – zoals woningen van derden, scholen en zorgcentra – maximaal 6 uur per gemiddeld jaar mag worden geraakt door de slagschaduw. De hoogte van de windmolen of het aantal windmolens maakt daarbij niet uit: de gevel mag maximaal 6 uur per gemiddeld jaar worden geraakt door de slagschaduw. Speciale software in de windmolens zorgt dat de windmolens automatisch worden stilgezet om te zorgen dat bijvoorbeeld woningen niet meer dan 6 uur per jaar worden geraakt door de slagschaduw.

 

Windpark Bijvanck: vrijwel geen slagschaduw
Bij Windpark Bijvanck gaan we nog een stap verder. We zetten de windmolens gedurende het jaar vaker stil met als insteek dat er geen slagschaduw wordt veroorzaakt bij bijvoorbeeld woningen van derden. Slechts incidenteel kan er slagschaduw ontstaan: als de windmolen moet worden stilgezet, draait deze soms nog enkele seconden door totdat deze echt stilstaat. Dan kan er heel kort slagschaduw ontstaan bij een woning, maar dat is zeer beperkt. 

Over windenergie

Waarom windenergie?

Windenergie is effectief in de strijd tegen de klimaatverandering, omdat windmolens bij het opwekken van windenergie geen CO2, fijnstof, stikstofoxiden, zwaveldioxide en andere vervuilende stoffen uitstoten. Windenergie is schoon, onuitputtelijk en de goedkoopste vorm van duurzame energie. Daarnaast is Nederland een echt windland, het waait in ons land vaak en hard.

Waarom is duurzame energie zo belangrijk?

De meeste energie die we in Nederland gebruiken komt uit fossiele brandstoffen. Bij de verbranding komt CO2 vrij. Doordat er steeds meer CO2 in de atmosfeer komt, stijgt de temperatuur op aarde en dat kan ingrijpende gevolgen hebben voor mens, dier en natuur. Nederland heeft zich gecommitteerd aan de afspraken van het klimaatakkoord van Parijs om de klimaatverandering binnen de perken te houden. Daarom is het belangrijk dat we het gebruik van fossiele brandstoffen verminderen. Dat kan door minder energie te gebruiken en door over te stappen op bronnen die schone energie produceren. Dat zijn o.a. wind, zon, water en aardwarmte.

Hoe werkt een windmolen?

Boven de mast zit een gondel, de plek waar bijna alle techniek zit en waar de wieken aan vastzitten. In de gondel zit een generator. De generator is een grote dynamo die de draaiende beweging van de wieken omzet in elektriciteit. Om de draaiende beweging sneller te maken, zit in de gondel bij een deel van de windmolens ook een tandwielkast. De tandwielen laten, samen met een stang, de rotor sneller draaien. Zo wordt er meer stroom opgewekt. Er zijn ook zogeheten direct drive-windmolens die geen tandwielkast nodig hebben.

Meer over hoe een windmolen werkt, kunt u hier lezen. Hoe wordt een windmolen gebouwd? Klik hier om daarover een filmpje te zien.

Hoe belangrijk is de hoogte van een windmolen?

Heel belangrijk, want de stroomopbrengst is afhankelijk van de hoogte van de windmolen. Met name de rotordiameter is belangrijk. Hoog in de lucht waait het vaker en harder. Hoe groter de rotordiameter, hoe meer wind de wieken vangen en hoe meer stroom de windmolen opwekt. Over het algemeen geldt de regel: als de wieken van een windmolen twee keer zo groot zijn, is de opbrengst (in kWh) vier keer zo hoog. De trend in Nederland is dat windmolens daarom steeds hoger worden, omdat ze dan veel meer elektriciteit opwekken. Dat zorgt ervoor dat windenergie ook steeds efficiënter wordt opgewekt en dus goedkoper om te produceren. Lees hier meer over het belang van de hoogte van een windmolen.

 

Een grotere windmolen mag niet meer geluid veroorzaken op de gevel van een woning of meer slagschaduw veroorzaken dan een kleinere. Een grotere, nieuwe windmolen kan bijvoorbeeld zelfs stiller zijn dan een kleinere, oude windmolen doordat de nieuwste technieken op bijvoorbeeld het gebied van geluidsreductie in die nieuwe molen zijn toegepast.

Geven windmolens lichtschittering en is dat te voorkomen?

Lichtschittering kan ontstaan doordat zonlicht op de draaiende rotorbladen schijnt. Om dit te voorkomen worden de rotorbladen van de windmolens voorzien van een anti-reflecterende coating.

Hoe lang gaat een windmolen mee?

Economisch gezien wordt een windmolen in vijftien jaar afgeschreven, technisch gaat een windmolen zeker minstens twintig jaar mee. Wanneer de molens aan het einde van hun technische levensduur komen, wordt er de afweging gemaakt of de windmolen kan blijven staan of dat deze beter kan worden ontmanteld.  Het verwijderen van een windmolen kan vaak kostenneutraal, omdat veel onderdelen hergebruikt kunnen worden. Wat ook regelmatig voorkomt, is dat een windmolen wordt ontmanteld, wordt opgeknapt en op een andere plek weer wordt opgebouwd om vervolgens nog langer duurzame energie op te wekken.

Over windmolens

Hoe wordt bepaald of een locatie geschikt is voor een windmolen?

Om te bepalen of een locatie geschikt is voor een windmolen, wordt gekeken naar onder andere woningen in de omgeving, bedrijven, natuurwaarden, landschapswaarden, de aanwezigheid van hoogspanningslijnen, gasleidingen, wegen, wettelijke normen voor geluid en slagschaduw en natuurlijk of het er voldoende waait. Er wordt veel onderzoeken gedaan naar onder andere al deze thema’s om duidelijk te krijgen of de windmolen er kan staan, waarbij wordt voldaan aan alle regels en normen die hiervoor gelden.

Waarom zijn er windmolens nodig?

Beschikbaarheid van energie vinden we vanzelfsprekend; het licht in huis doet het altijd. Maar we staan er vaak niet bij stil dat de productie van energie uit aardgas of steenkool blijvende schade toebrengt aan ons leefmilieu. Bij de verbranding van deze brandstoffen komen namelijk schadelijke gassen vrij. Denk aan het broeikasgas CO2 dat tot verandering van ons klimaat leidt.

Ook raken de fossiele brandstofvoorraden op de lange termijn op. In de afgelopen jaren is de vraag naar energie dermate toegenomen dat er gezocht moet worden naar duurzame alternatieven. Internationaal is een klimaatverdrag afgesproken (‘het akkoord van Parijs’) om de uitstoot van CO2 te verminderen. De doelstelling is dat Nederland in 2030 49% minder CO2uitstoot. Daarvoor moet onder andere de opwekcapaciteit fors worden uitgebreid. Naast zonne-energie, bio-energie en aardwarmte zijn er ook windmolens nodig. Samen met maatschappelijke organisaties heeft de Nederlandse regering het Klimaatakkoord gesloten om vaart te maken met de opwekking van duurzame energie.

Waarom bouwen we windmolens op land als het op zee zonder subsidie kan?

Ondanks de succesvolle ontwikkelingen van windmolens op zee zijn er ook windmolens op land nodig. Anders wekken we als land niet genoeg duurzame energie op. Verder zijn er ook veel zonnepanelen nodig (op daken en op velden), aardwarmte, energiebesparing, biomassa en wellicht nog wel meer duurzame bronnen en technieken. Het plaatsen van windmolens op zee wordt goedkoper, maar dat heeft daar geen invloed op. Ook in het landelijke Klimaatakkoord dat ervoor moet zorgen dat in 2030 Nederland 49% minder CO2-uitstoot, is uitgesproken dat er naast windmolens op zee ook veel windmolens én zonnepanelen op land nodig zijn.

 

Daarnaast klopt het niet dat windmolens op zee geen subsidie krijgen. Deze krijgen ook subsidie, maar dan vooraf en in natura.

 

Bij windmolens op zee stelt de overheid het gebied waar de molens komen ter beschikking. De overheid laat ook alle voorbereidingen op eigen kosten uitvoeren. Dat zijn bijvoorbeeld alle onderzoeken die moeten worden gedaan, de (gerechtelijke) procedures die nodig zijn voor de vergunning en het contact met betrokkenen uit de omgeving. Ook de netaansluiting – de kabel waarmee de stroom van de windmolens op het elektriciteitsnet komt – wordt verzorgd en betaald door de Nederlandse overheid en daarmee dus door de belastingbetaler. Dit is in september 2018 ook nog eens bevestigd door de Algemene Rekenkamer: ook windmolens op zee krijgen subsidie, tot en met 2023 is daar 4 miljard euro voor gereserveerd. Lees meer hierover in het nieuwsbericht en achterliggende rapport van de Algemene Rekenkamer.

 

Bij windmolens op land komen al deze voorbereidingen en kosten voor rekening van de initiatiefnemers van de windmolens. Bij het maken van een plan voor windmolens is dit een grote kostenpost en ook het meest risicovol. Stel dat alle voorbereidingen worden getroffen, maar het plan uiteindelijk toch niet mag worden uitgevoerd? Dan zijn de initiatiefnemers al het geld dat ze erin hebben gestoken kwijt.

Bij wind op zee neemt de overheid dat risico en die kosten over van de bedrijven die de windmolens willen bouwen. Daardoor kunnen die bedrijven goedkoper windmolens bouwen. Daarom zeggen nu sommige bedrijven dat ze in de exploitatie – dus als de windmolens er staan en stroom opwekken – geen subsidie meer nodig hebben. Maar dat kan dus alleen omdat deze windmolens op zee in het voortraject subsidie en andere vormen van staatssteun hebben ontvangen.

 

Verder kost het ongeveer evenveel om met een windmolen op land een kilowattuur groene stroom op te wekken als met een windmolen op zee. Al jaren daalt de kostprijs van elektriciteit die wordt opgewekt door windmolens op land. Daardoor daalt ook de subsidie die deze windmolens krijgen hard. Windmolens op land zijn en blijven één van de meest kostenefficiënte vormen van duurzame energie. De verwachting is zelfs dat wind op land op relatief korte termijn (in 2025) zonder subsidie kan, zo blijkt uit onderzoek in opdracht van branchevereniging NWEA. U kunt dat onderzoek 'Kostprijsanalyse Windenergie op Land' hier vinden.

Hoe zit het met de subsidie op windmolens?

Stroom opwekken met windmolens is vooralsnog duurder dan met bijvoorbeeld een kolencentrale. Om de productie van duurzame elektriciteit te stimuleren, verstrekt de Nederlandse overheid subsidie aan exploitanten van windmolens. Deze SDE+-subsidie vergoedt het verschil tussen de kostprijs van duurzame energie en de opbrengst van grijze energie uit kolen- en gascentrales. Zo kunnen windmoleneigenaren hun gemaakte kosten terugverdienen, maar tegelijkertijd hun stroom met een concurrerende prijs aanbieden aan consumenten.

 

Deze SDE+-subsidie daalt elk jaar. De Rijksoverheid kijkt naar de ontwikkelingen in de markt en door innovaties worden windmolens steeds groter en efficiënter. Daardoor daalt de kostprijs van windenergie en besluit de overheid vervolgens de SDE+-subsidie te verlagen. Zo worden exploitanten van onder andere windmolens gestimuleerd steeds efficiënter te werken en hun kostprijs te verlagen.

 

Overigens zijn windmolens één van de goedkoopste vormen van duurzame energie. Voor grote velden met zonnepanelen is bijvoorbeeld tientallen procenten meer subsidie nodig om de kosten te dekken. Uit berekeningen blijkt dat dit verschil nog jaren zal blijven bestaan. Uit onderzoek in opdracht van branchevereniging NWEA blijkt dat windmolens op land in 2025 zonder subsidie kunnen. U kunt dat onderzoek 'Kostprijsanalyse Windenergie op Land' hier vinden.

 

De SDE+-subsidie wordt pas achteraf uitgekeerd, over de stroom die de windmolen daadwerkelijk heeft opgewekt. Als er te weinig wind is, wekt de windmolen niks op en wordt er dus ook geen SDE+-subsidie uitgekeerd. Bovendien wordt de subsidie verrekend met de elektriciteitsprijs: als de elektriciteitsprijs hoger is, krijgen exploitanten van windmolens minder subsidie per opgewekte kilowattuur (kWh). De verwachting is dat de SDE+-subsidie de komende jaren verder daalt en waarschijnlijk zelfs verdwijnt. Ook is een verwachting dat de elektriciteitsprijs zal stijgen, al blijft dat lastig te voorspellen. Indien dat gebeurt, is er dus nog minder subsidie nodig.

 

Voordat een windmolen wordt geplaatst, wordt goed in beeld gebracht wat het windaanbod is op die locatie, vaak met windmetingen. Aan de hand van deze meting is de te verwachten opbrengst van de windmolen goed te berekenen. Als daaruit blijkt dat het hier niet hard genoeg waait, zal geen bank of andere financier deze windmolen financieren en komt er dus geen windmolen. De subsidie die pas achteraf wordt uitgekeerd, verandert daar niets aan.

 

Als bedrijven die stroom maken uit kolen en gas ook zouden opdraaien voor de schade die hun CO2- uitstoot veroorzaakt, zou windenergie de goedkoopste vorm van elektriciteit zijn. De CO2-uitstoot van kolen en gas zorgt namelijk voor klimaatverandering. Het kost miljarden om Nederland aan te passen aan onder andere de hogere zeespiegel en hardere regenbuien als gevolg van klimaatverandering. Ook zorgt verbranding van kolen en gas voor luchtverontreiniging en daardoor voor gezondheidsklachten. Deze maatschappelijke kosten neemt de samenleving als geheel nu voor haar rekening en niet de energiebedrijven die deze schade veroorzaken.

Wat is het effect van een windmolen op de gezondheid van omwonenden?

Er is geen direct verband tussen windmolens en een verslechterende gezondheid van omwonenden. Windmolens maken mensen niet ziek. Daar is veel onderzoek naar gedaan. De regels en normen voor windmolens zijn ingesteld om omwonenden te beschermen.

Wat wel kan gebeuren, is dat bijvoorbeeld een omwonende principieel tegen windmolens is. Als die dan toch in zijn of haar omgeving komen en de omwonende kan de windmolens bijvoorbeeld ook zien, dan kan dat deze omwonende irriteren. Als die irritatie blijft, kan dat stress opleveren en op de lange termijn is dat niet gezond. Maar dat heeft er meer mee te maken hoe iemand omgaat met de komst van windmolens dan dat windmolens zelf omwonenden ziek maken.

Verder kan bijvoorbeeld geluid hinderlijk zijn voor omwonenden. Dat geldt voor alle vormen van geluid, bijvoorbeeld ook het geluid afkomstig van wegen en bedrijventerreinen. Als geluid erg hinderlijk wordt, kan dat stress opleveren en op de lange termijn is dat ongezond. Daarom zijn er strenge normen voor windmolens ingesteld die omwonenden beschermen tegen te veel hinder, zodat hun gezondheid wordt beschermd. Dit gebeurt volgens dezelfde systematiek waarmee omwonenden worden beschermd tegen geluidshinder van bijvoorbeeld een drukke weg. Hierin wordt ook rekening gehouden met laagfrequent geluid.

Daarnaast blijkt uit onderzoek dat de mate waarin een omwonende hinder ervaart niet alleen wordt veroorzaakt door het aantal decibellen dat die persoon hoort. Zowel het RIVM, de GGD als de Wereldgezondheidsorganisatie stellen duidelijk dat omwonenden minder hinder ervaren als zij goed worden betrokken bij de planvorming voor de windmolens en/of als zij er financieel voordeel van hebben. In een recente publicatie (29 oktober 2020) van het RIVM wordt dat nogmaals bevestigd.

Lees meer over het geluid van windmolens en de gezondheid van bijvoorbeeld omwonenden in dit artikel.

 

Laagfrequent geluid

In de geluidsnormen wordt ook rekening gehouden met laagfrequent geluid. Als wordt voldaan aan de norm, biedt dat voldoende bescherming tegen dit type geluid. Bovendien produceren windmolens slechts in beperkte mate laagfrequent geluid. Een snelweg bijvoorbeeld produceert aanzienlijk meer laagfrequent geluid.

In een recente publicatie (29 oktober 2020) van het RIVM wordt dat bevestigd. Laagfrequent geluid van windmolens speelt geen bijzondere rol en leidt niet aantoonbaar tot nadelige gezondheidseffecten. Het enige bekende effect van windmolens is dat het geluid hinder kan geven, maar daarom zijn er geluidsnormen die deze hinder zoveel mogelijk beperken. Of iemand hinder ervaart van het geluid van windmolens, is bovendien niet alleen afhankelijk van het aantal decibellen, maar ook van hoe goed bijvoorbeeld omwonenden zich betrokken voelen bij de plaatsing van windmolens.

 

Er wordt ook gesproken over een norm die in Denemarken geldt voor laagfrequent geluid. De Nederlandse norm voor geluid en deze Deense norm komen in de praktijk nagenoeg overeen. Dat blijkt ook uit onderzoek dat is gedaan bij twee nieuwe windparken in Nederland met grote, moderne windmolens. Door te voldoen aan de Nederlandse geluidsnorm wordt hier ook voldaan aan de Deense norm voor laagfrequent geluid. U kunt deze notitie hier lezen.

 

Lees meer hierover en over de geluidsnorm bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Ook in dit artikel staat meer informatie over geluid en de geluidsnormen.

 

Informatie van GGD en RIVM

In 2017 publiceerden de GGD en het RIVM een (Engelstalig) rapport over het geluid van windmolens en gezondheid. U kunt dit rapport hier lezen.

Hieronder volgen enkele citaten uit dit rapport:

 "Perhaps the low frequency component of wind turbine sound also leads to extra annoyance, as is the case with other sources. However, there is no evidence of an effect specifically related to the low frequency component. It has been suggested that a direct effect of infrasound on persons has been underestimated, but available knowledge does not support this."

 

"Infrasound and low frequency sound from wind turbines have been suggested to pose unique health hazards. There is no scientific evidence to support this. The levels of infrasound involved are comparable to the level of internal body sounds and pressure variations at the ear while walking."

 

"Infrasound from wind turbines is not loud enough to influence the sense of balance (i.e. activate the vestibular system), except perhaps for persons with a specific hearing condition (SCDS). Effects such as dizziness and nausea, or motion sickness, can be an effect of infrasound, but at much higher levels than wind turbines produce in residential situations."

 

"Vibroacoustic disease (VAD) and the wind turbine syndrome (WTS) are controversial and scientifically not supported. At the present levels of wind turbine sound, the alleged occurrence of VAD or WTS are unproven and unlikely."

Meer informatie over gezondheid in relatie tot windmolens is hier te vinden:

Komen er knipperende lampen op de windmolen?

Bij windmolens met een tiphoogte van 150 meter of hoger, is het verplicht om er lampen op te plaatsen. Maar deze rode lampen zullen 's avonds en 's nachts niet knipperen. 

 

De lampen zijn verplicht vanwege de luchtvaartveiligheid. Windmolens zijn hoog en om zeker te weten dat piloten de windmolens ook in het donker kunnen zien, moeten er lampen op worden bevestigd. Vroeger moesten deze lampen 's avonds en 's nachts knipperen, maar dat hoeft inmiddels niet meer. Doordat omwonenden aangaven de knipperende lampen hinderlijk te vinden, is er gezocht naar minder hinderlijke obstakelverlichting, zoals de lampen formeel heten. Dat heeft ervoor gezorgd dat de lampen niet meer knipperen, maar vastbrandend mogen zijn.

 

Bij windmolens van een tiphoogte van 150 meter of hoger, komen er altijd lampen op de gondel (het ‘huisje’ bovenop de mast van de windmolen). Bij windmolens met een tiphoogte van hoger dan 150 meter moeten ook halverwege de mast lampen komen. Bij windmolens met een tiphoogte van 210 meter of hoger moeten er volgens de regels ook op 1/3 en 2/3 hoogte van de mast lampen komen. Deze lampen op de mast branden wel veel minder fel dan de lampen op de gondel.

 

Verder mogen de lampen bij helder weer worden gedimd. Hoe helderder het weer, hoe verder de lampen mogen worden gedimd. Als het weer helder genoeg is, mogen de lampen tot 10 procent van hun gebruikelijke sterkte worden gedimd (dus een reductie van 90 procent van de lichtsterkte). 
Daarnaast mag worden geprobeerd de lampen vanaf de grond minder goed zichtbaar te maken, mits de verlichting voor vliegtuigen wel goed zichtbaar blijft.

 

De zoektocht naar obstakelverlichting die nog minder hinder veroorzaakt, gaat intussen volop door. Er wordt bijvoorbeeld gekeken naar lampen die in beginsel uit staan en pas aangaan als er een vliegtuig in de buurt is. Een radartechniek die dit mogelijk maakt, is inmiddels toegestaan. Wel zitten hier nog de nodige haken en ogen aan, met name op het gebied van techniek en kosten. Daardoor kan deze techniek naar alle waarschijnlijkheid niet bij alle windmolens in Nederland worden toegepast. Er wordt mede daardoor nog steeds gezocht naar andere technieken die hetzelfde effect kunnen hebben, maar beter toepasbaar zijn.

Meer informatie over obstakelverlichting leest u op de website van de Rijksoverheid.

 

Worden huizen minder waard door een windmolen?

Uit het onderzoek dat hier tot nu toe naar is gedaan, blijkt dit mee te vallen. Woningen worden hooguit een paar procent minder waard. Ook is uit onderzoek gebleken dat dit effect tijdelijk kan zijn, dus dat de waarde van een woning na een tijdje weer stijgt.

De waarde van een huis hangt van veel factoren af. Dat zegt onder meer de NVM, vereniging van makelaars. Bij de taxatie van een woning hangt de uitkomst af van de staat van onderhoud, grootte van het huis en perceel, de indeling, constructie, de gebruikte materialen, hoe energiezuinig het is, het bestemmingsplan, grondrechten, de marktsituatie op dat moment en inderdaad ook de ligging en omgeving van het huis.

Uiteraard kan een windmolen invloed hebben. Net zoals wegen, bedrijven of een buurman die een extra schuur bouwt. Bovendien is de kans groot dat over een paar jaar veel mensen relatief in de buurt van een windmolen wonen. Dat is het gevolg van de broodnodige omschakeling naar schone energie uit onder meer windmolens. Er ontstaat een nieuwe realiteit en ook dat weegt mee in uiteindelijke bepaling van de woningwaarde.

Zijn er verhalen bekend over wat omwonenden vinden van windmolens in hun omgeving?

Regionale kranten De Gelderlander en de Stentor hebben omwonenden van windmolens gevraagd hoe het is om in de buurt van windmolens te wonen. Lees hier het artikel in De Gelderlander en hier het artikel in de Stentor. Uit deze artikelen blijkt dat deze omwonenden eigenlijk zonder problemen bij deze windmolens wonen.

 

Verder is aan omwonenden en bedrijven rond twee windmolens in Deventer gevraagd hoe zij deze windmolens beleven. Meer daarover leest u hier en hier.

 

Duurzaam energiebedrijf Pure Energie heeft aan Nanette Hagens, omwonende van de windmolen in 's-Hertogenbosch, gevraagd hoe het is om in de buurt van die windmolen te wonen. Lees hier het interview met haar of klik hier voor de video van het interview.

 

Sinds mei 2015 staan in Ede twee windmolens aan de westzijde van de A30, ter hoogte van bedrijventerrein A12. In september 2015 is een peiling uitgevoerd onder het Inwonerspanel van de gemeente Ede om de mening van bewoners over windmolens in Ede in beeld te brengen. Klik hier om de resultaten daarvan te lezen.

 

De meeste inwoners hebben weinig last van de windmolens, blijkt uit de peiling van de gemeente Ede. Het overgrote deel (87 procent) ervaart geen overlast. Met overlast bedoelen inwoners vooral landschapsvervuiling; geluidsoverlast komt sporadisch (1x) voor. Van de inwoners die weten dat er windmolens zijn, geeft 83 procent aan ze niet te zien of te horen. Twee inwoners geven aan dat zij de windmolens kunnen zien en horen en 16 procent geeft aan de windmolens te kunnen zien.

 

Ook Natuur & Milieu heeft omwonenden van windmolens gesproken. Lees hier de artikelen daarover.

 

Uit onderzoek van het CBS (oktober 2018) blijkt dat bijna 70 procent van de Nederlanders er geen moeite mee heeft of er neutraal tegenover staan als er windmolens in hun woonomgeving komen. Lees hier het volledige onderzoeksrapport.

Hebben dieren last van een windmolen?

De sterfte van vogels door windmolens is zeer gering vergeleken met andere doodsoorzaken (katten, verkeer, ramen, landbouw, jacht, hoogspanningsleidingen). Toch kunnen vogels sterven door windmolens, net als bijvoorbeeld vleermuizen. Daarom is bij elk initiatief voor windmolens goed onderzoek nodig. Daarbij wordt met name gekeken hoeveel extra sterfte van dieren er te verwachten is, of dit gevolgen heeft voor de instandhouding van de populatie en of er maatregelen nodig of mogelijk zijn.

Hoe werkt een windmolen en hoe wordt deze gebouwd?

Meer over hoe een windmolen werkt, wordt eenvoudig uitgelegd in dit filmpje

Hoe wordt een windmolen gebouwd? Klik hier om daarover een filmpje te zien.

Is groene stroom wel echt groen?

In het tv-programma 'Zondag met Lubach' van 4 februari 2018 is aandacht besteed aan groene stroom. Hieruit blijkt dat veel Nederlanders op papier thuis groene stroom hebben, maar dat in de praktijk dit vaak toch niet zo is. Ook laat het zien dat er nog veel meer duurzame energie moet worden opgewekt in Nederland om aan de klimaatdoelstellingen te kunnen voldoen. Klik hier om het filmpje te bekijken.

De Consumentenbond, Greenpeace, WISE en Natuur & Milieu onderzoeken ook elk jaar hoe duurzaam de Nederlandse energieleveranciers zijn: welke energiemaatschappij levert echt groene stroom en welke niet? Lees daar meer over op de website van de Consumentenbond. Hier is ook het recentste onderzoeksrapport naar de Nederlandse energieleveranciers te vinden.

Draaien windmolens altijd?

Ja, in principe wel. Maar een windmolen staat ook wel eens stil. Bijvoorbeeld voor onderhoud of als het niet waait. Dit laatste komt beperkt voor. Moderne windmolens hebben erg weinig wind nodig om toch te draaien en elektriciteit op te wekken. Ook bij hele harde wind (windkracht 9-10) kan een molen uit veiligheidsoverwegingen worden uitgezet, maar dit komt ook zelden voor. Daarnaast wordt een molen ook wel eens stilgezet om slagschaduw op nabijgelegen woningen te voorkomen (bij een bepaalde stand van de zon).